en een, twee, drie……..daar gaan ze.
ze rennen en rennen.
wat gaan ze hard!
maar wat gebeurt er nu?
henk valt op de grond.
bram valt over hem heen.
au! roepen ze beiden.
maar ze huilen niet, hoor.
welnee!
ze kijken naar elkaar en ze lachen.
dan gaan ze naar huis om iets te drinken.